Laat de UFC zijn dekking te veel zakken?

0
991
Foto: Ethan Miller/ZUFFA LLC via Getty Images

Zo luid als UFC-commentator Mike Goldberg zijn bekende slagzinnen tijdens evenementen de huiskamer in schreeuwde, zo geruisloos nam hij afscheid. Op een avond waar Ronda Rousey voor de tweede maal kansloos de Octagon werd doorgemept, was er nergens een dank of afscheidswoordje voor de oudgediende Goldberg.

De UFC-organisatie kende in zijn 23-jarige historie veel roerige tijden gevuld met ruzietjes en conflicten, maar het werd altijd gerund door een vaste kern van vechtsportliefhebbers die al hun tijd staken in het succes van de evenementen. Een familie haast, zo werd gezegd.

Mannen als Burt Watson zorgden er achter de schermen voor dat het de vechters aan niets ontbrak. Als vechters iets nodig hadden, was hij de man die ze moesten bellen. Hij regelde alles tot het moment dat ze de kooi in moesten. Zodra dat moment daar was, knalde hij er een hard “We rolling!” uit en ging de hele stoet richting de Octagon.

Daar waren ze in de vaardige handen van Jacob Stitch Duran, een professioneel cutman die elke wond en snee wist te dichten, zodat de vechters veilig hun partij af konden maken.

Een partij die al sinds 1997 werd becommentarieerd door Mike Goldberg. Een man die vaak beschimpt, maar toch ook wel geliefd was onder zowel vechters als het publiek. Al meer dan tien jaar vormt hij een duo met Joe Rogan. Veel vechters zijn opgegroeid met het stemgeluid van deze twee.

Tot UFC 207, toen Goldberg – gedwongen – zijn laatste UFC-evenement van commentaar voorzag en zonder kabaal van het podium verdween. Watson en Duran waren hem al voorgegaan. Weliswaar met heel wat meer lawaai. Duran had zich negatief uitgelaten over de nieuwe Reebok tenues en kon daarop zijn koffers pakken. Watson werd onheus bejegend, zoals hij het zelf omschreef, door een “werknemer van de UFC” zonder daarbij namen te noemen en besloot toen zelf op te stappen.

Voor een organisatie die er jarenlang prat op ging een goed geoliede machine te zijn bestaande uit een familie-achtige organisatie zijn al deze ruzietjes niet positief, maar zo gaan de zaken. Sinds de verkoop van de UFC werden ook oud-kampioenen Forrest Griffin, Matt Hughes en Dana White’s goede vriend Chuck Liddell ontslagen van hun goedbetaalde fantasiebaantjes.

Die betaalde $4 miljard moeten namelijk wel terugverdiend worden en met UFC-evenementen alleen gaat dat niet lukken. Dus wordt de organisatie nog wat meer uitgedund en wordt het sfeertje nog wat onpersoonlijker dan het al was. Iedereen steekt zich of in een Reebok outfit of ploft lekker thuis op de bank zonder baan. Voor gezelligheid en service ga je maar naar de kroeg. De onvrede onder UFC-vechters groeit ondertussen flink met steeds meer discussie over een vakbond tot gevolg.

Al met al kan de UFC dit makkelijk hebben. Het is de allergrootste vechtsportorganisatie ter wereld en zal dat nog wel even blijven, maar elk imperium stort uiteindelijk ineen. Waarom zou de UFC anders zijn? Jarenlang domineerden K-1 het kickboksen en PRIDE het MMA tot ze een plotselinge dood stierven door corruptie en wanbestuur. Vergeten zijn de avonden dat 90.000 man naar een partij keken.

Het eerste wat Mike Goldberg na zijn ontslag deed, was de sociale media accounts van WSOF en Bellator volgen. Wellicht dat zij hem wel kunnen gebruiken. Dana White en de UFC zullen er vast niet wakker van liggen, maar het zou dom zijn om de concurrentie te onderschatten. Scott Coker timmert hard aan de weg met Bellator. Hij is geliefd bij vechters en managers en bewees met Strikeforce dat hij weet hoe je een succesvolle vechtcompetitie opzet.

Destijds werd Strikeforce vaak belachelijk gemaakt door White en consorten, het werd neergezet als het mindere broertje van de UFC. Inmiddels is wel duidelijk dat de organisatie over enorm veel talent beschikte. Vechters als Alistair Overeem, Ronda Rousey, Luke Rockhold, Daniel Cormier, Jacare Souza, Nick Diaz en Tim Kennedy vochten allemaal onder de Strikeforce-banier voordat ze de top vijf van de UFC domineerden.

Op dit moment gaat het de UFC voor de wind. Ze zijn de onbetwiste nummer 1. Maar in hun jacht op geld vervreemden ze steeds meer mensen van zich. En die vinden allemaal een plekje bij een concurrent. In de vechtsportwereld is niets zo vergankelijk als de kampioenstitel. Het ene moment sta je aan de top, het volgende lig je plat met je gezicht op het canvas. Wie zijn dekking laat zakken, kan zo knock-out gaan. Dat zouden de directeuren van de UFC als geen ander moeten weten.