Hoe trekt een saaie sport als MMA kijkers?

0
795
Foto: Al Bello/Zuffa LLC via Getty Images

Boeit dat MMA ons nou nog wel? Wie de vloed aan voormalig WWE-worstelaars en NFL-spelers, interim-titels en champ champ’s ziet binnen de UFC, gaat twijfelen aan de aantrekkingskracht van het pure MMA. Moet je als organisatie echt steeds meer uit de kast trekken om kijkers te trekken?

Ook afgelopen weekend was het weer raak toen TJ Dillashaw omlaag ging in gewicht om het op te nemen tegen kampioen Henry Cejudo en, zoals Dillashaw het zelf verwoordde, “de divisie af te maken”. Hij had de stille goedkeuring van baas Dana White en voor de kijkers was dit daarom gelijk een gevecht dat om meer ging dan alleen een simpele titel – inderdaad “simpel”, want dit was geeneens een champ champ gevecht.

Blijkbaar vindt de UFC dat de sport zulke verhaallijnen nodig heeft. Op zich niet zo gek natuurlijk. In de vechtsport zijn de meest memorabele partijen vaak die waar er vooraf veel gedoe was. De vechters zeken elkaar af of er was een opstootje ergens (elke partij van Conor McGregor of Chael Sonnen). Misschien was er kwaad bloed vanwege geschaad vertrouwen zoals bij Rashad Evans en Jon Jones of Dillashaw en Cody Garbrandt.

Of een felbegeerd kampioensbal waarbij vechters op bezoek gaan bij een andere divisie in de hoop op een extra titel. Vroeger kwam dat maar heel af en toe voor, maar de laatste paar jaar wordt het bijna verwacht van een net gekroonde kampioen.

Toen de UFC begon, hadden ze een heel ander trucje. Bij gebrek aan traditioneel kampioensgoud organiseerden ze heel veel freak fights: gevechten tussen excentrieke tegenstanders. Een sumoworstelaar tegen een karateka, bijvoorbeeld. Of een bokser met één handschoen tegen een jiu-jitsu-meester in gi.

Dat bleek een gouden formule. Het zette de UFC op de kaart en ook in Japan (PRIDE, ONE FC) werden veelvuldig dit soort gevechten georganiseerd. Vaak ging het daar om het David versus Goliath principe waarbij ze een kleine tegenstander de ring instuurden tegen een reus.

Voor wie toch meer heeft met het sportieve aspect, zijn er de crossover evenementen: meestal partijen tussen boksers en vechters met een andere achtergrond. Zo nam bokslegende Mohammed Ali het in 1976 op tegen MMA-vechter en profworstelaar Antonio Inoki en nam Floyd Mayweather het recenter op tegen MMA-kampioen Conor McGregor en kickbokskampioen Tenshin Nasukawa.

Mensen houden nou eenmaal van dit soort Man Bijt Hond-gevechten: match ups die je niet verwacht en je nieuwsgierig maken, omdat ze normaal alleen in je fantasie gebeuren. Het probleem is dat het nu te vaak gebeurt. Iedereen en zijn vader hengelt naar een partij tegen “Money” Mayweather, interim-titels kun je vinden in de bak met afgeprijsde DVD’s en een champ champ is inmiddels geen kampioen meer maar iemand die een divisie gijzelt.

Daarom is het ook zo zoet als de pure vechtsport af en toe de fantasie verpest. Als Khabib smasht en McGregor staand en op de grond verplet. Als de WWE-worstelaar CM Punk compleet wordt vermorzeld door een redelijk onervaren prof. Of zoals zaterdag, toen Henry Cejudo nog geen minuut nodig had om een einde te maken aan TJ Dillashaw.

De echte verrassingen zitten hem namelijk in de sport zelf. De gevechten en de conclusies. Wie is de beste? Hoe verslaat de een de ander? Helaas blijven we door alle interim-titels en champ champs vaak hangen in een vicieuze cirkel waarbij almaar dezelfde partijen voorbijkomen. Zo staat Cejudo vs Dillashaw 2 ook al op de planning.

Ik vraag me af of dat niet wat saai is? Vervolgen vallen meestal tegen en we kennen het nu wel toch? Daarom heb ik een nieuw idee. Wat nou als je Cejudo samen met Dillashaw tegen een geblinddoekte Daniel Cormier laat vechten? En, blijf lezen, de winnaar vervolgens wordt betiteld als de champ champ champ? Saai zal het in ieder geval niet zijn.


SHARE
Previous articleDe Driehoek: G.O.A.T.-editie