Een grote bek en keiharde KO: Mousasi op weg naar een titelgevecht

0
922
Foto: Josh Hedges/Zuffa LLC via Getty Images

Hoe kom je aan een titelgevecht in de UFC? Is het dankzij een mooie reeks winstpartijen? Highlight reel knock-outs? Een dosis geluk? Een grote bek? Flesjes gooien tijdens een persconferentie? Een geïrriteerde Gegard Mousasi vraagt het zich na zijn winst tegen Vitor Belfort hardop af.

Gevraagd waarom de UFC en fans hem steeds over het hoofd blijven zien, opperde Mousasi een veelvoud aan redenen. Misschien is het omdat hij uit Nederland komt. Of misschien moet hij gewoon wat flesjes gooien om aandacht te krijgen, zei hij, verwijzend naar de persconferentie waar McGregor flesjes naar Diaz gooide.

Het blijft een goede vraag. Wat zoekt de UFC in een titeluitdager? Wie kijkt naar de laatste jaren ziet dat het vooral de vechters met een grote mond zijn die voor goud mogen.

Het beste voorbeeld daarvan is Chael Sonnen, die maar liefst drie verloren titelgevechten op zijn conto mag schrijven. De meest belachelijke was toen hij gelijk na zijn verloren partij tegen kampioen Anderson Silva voor de lichtzwaargewichttitel mocht vechten tegen Jon Jones. Sonnen bewees dat een grote mond je verder bracht dan winst of een spectaculaire vechtstijl.

Conor McGregor is wat dat betreft op weg naar de maan. Hij is de total package, met een grote bek, leuke one liners en een sensationele vechtstijl. De UFC legt hem dan ook – bijna – geen strobreed in de weg. En dat zit veel van zijn collega’s niet helemaal lekker. Want niet iedereen is een McGregor. Niet iedereen is een prater. Dit is dan ook vechtsport, geen debatclubje.

“McGregor is goed voor de sport, maar wat is het precies?” vraagt Mousasi zich af. “Muhammad Ali was een held. Naast dat hij een geweldige bokser was, deed hij grootse dingen. Maar nu heb je Floyd Mayweather en Conor McGregor en is het alleen maar: ‘Ik heb geld. Ik heb geld.’ En iedereen houdt ervan. Ik weet het niet. Het verkoopt. Mensen zijn dom, wat kan ik zeggen. Ze weten niet wie een echte vechter is en wie niet.”

Een echte vechter laat zijn vuisten spreken. Zoals Mousasi deed tegen voormalig UFC-kampioen Vitor Belfort tijdens UFC 204. Maar toch kwam het eerste ‘woord’ in de vorm van Mousasi’s vinger, die hij heen en weer wiegde nadat Belfort hem had bestookt met stoten. Nope, die deden geen pijn, zei hij daarmee. De moed zonk Belfort gelijk in de schoenen.

Met een kalme, doodse uitstraling tikte Mousasi zijn mentaal gebroken tegenstander de kooi door. Als een haai die rustig speelde met zijn prooi. Tot hij bloed rook. Toen liet hij een wervelwind van perfect geplaatste stoten los op de gevallen superster. Het leek op iets uit een videogame, meer Dragon Ball Z dan UFC. Dit was highlight materiaal. Hier maakte Mousasi zijn punt. Hier speelde hij zich in de kijker voor een titelgevecht.

Of hij dat felbegeerde titelgevecht ook krijgt, valt nog te bezien, maar na UFC 204 kan Mousasi in ieder geval een aantal van de vereisten die de UFC aan een titeluitdager stelt afvinken. Winstpartij, check. Een mooie knock-out, check. Een grote bek, check. Nu rest hem alleen nog maar een keer een flesje Aquarius naar Bisping te mikken en ergens een klavertje vier te plukken en dan staat niets een titelgevecht voor de Leidenaar meer in de weg.

Toch is de hoop natuurlijk dat dit soort gekkigheid niet nodig is. Dat de UFC Mousasi gewoon op waarde schat en hem het respect geeft dat hij verdiend. Geef hem, zoals hij zelf vraagt, een tegenstander uit de top 5. Want ook al zegt hij weinig en pronkt hij niet met stapels dollarbiljetten op sociale media, een titelgevecht verdien je toch nog altijd vanwege je prestaties in de kooi. En wat dat betreft zit het met Mousasi wel snor.