De Driehoek: De armklem van Demetrious Johnson en gewichtsproblemen bij Lee

0
171
Foto: Michael Hulstrom CC BY-SA 2.0

In ‘De Driehoek’ tackelen twee redacteuren van MMA Planet een paar actuele vragen over MMA, gesteld door een derde redacteur. Met deze tweewekelijkse rubriek willen wij bezoekers op een leuke manier op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen en onze meningen daarover met hen delen! In deze editie zullen we het hebben over de armklem van Demetrious Johnson en ‘weight cutting’. De vragen zijn bedacht door Kris, de antwoorden komen van Oscar en Thomas.

Armklem, what
Demetrious Johnson zette afgelopen weekend op UFC 216 (eindelijk) het record voor meeste UFC-titelverdedigingen. Ray Borg was de elfde uitdager op rij die het aflegde tegen de UFC-vlieggewichtkampioen en voorlopig lijkt hij ook niet de laatste. Vooral de wijze waarop was maar met één woord te beschrijven: wow. Vanuit een halve suplex pakte Johnson de armklem en liet hij niet meer los. Is er ooit een betere submissie geweest in een MMA-wedstrijd of was dit de beste aller tijden?

Oscar:
Johnson heeft geschiedenis geschreven en het is heel goed mogelijk dat hij de lat nog hoger gaat leggen. Daarbij is Ray Borg, hoe onbekend ook, geen zwakke tegenstander. Maar tegen Mighty Mouse was hij kansloos. De dominantie, vindingrijkheid, snelheid en het complete spel van Johnson is prachtig om naar te kijken. Ik hou ervan als een gevecht voortijdig wordt beëindigd en het is natuurlijk helemaal mooi als dat spectaculair gebeurd. Ik kan zo snel geen betere submissie herinneren dus ik zeg ja, dit is de beste ooit.

Thomas:
Hmm, ik denk het niet. Ik heb even diep in mijn geheugen gegraven (lees: YouTube) en ik denk dat Frank Mir tegen Antonio Rodrigo Nogueira 2 een sterkere submissie was. Technisch dan. En daarbij was dat ook een spannendere partij. Bij Mighty Mouse weet je dat hij wint, het is alleen fijn dat hij het nu ook mooi gaat doen Deze is zeker wel top 5!

Zie ook: De Driehoek: De nalatenschap van Ronda Rousey en Gökhan Saki’s UFC-debuut
Zie ook: De Driehoek: De nalatenschap van Ronda Rousey en Gökhan Saki’s UFC-debuut

Een zware vraag
Kevin Lee verloor op UFC 216 zijn gevecht met Tony Ferguson om de interim-titel op lichtgewicht. Veel was er vooraf gemaakt van zijn gewicht, aangezien hij op donderdag nog negentien pond (zo’n 8,6 kilogram) moest afvallen in 24 uur. Daarna sprak Lee dan ook zijn wens uit om op 165 pond te vechten, hoewel zo’n gewichtsklasse er nog niet is in de UFC en volgens Dana White voorlopig ook niet komt. Zouden meer gewichtsklassen de oplossing zijn voor het aanhoudende probleem van vechters die problemen hebben met ‘weight cutting’, of zouden ze niet mogen klagen en gewoon beter voorbereiden in de weken voor het inwegen? .

Oscar:
Ja, ik ben een voorstander van meer gewichtsklassen. Maar als dat geen optie is, stel ik zwaardere voorwaarden voor het ‘weightcutting’ voor. Het is vreselijk dat vechters als Lee tussen wal en schip raken omdat ze in een gewichtsklasse vechten die meer natuurlijk voor hen is, voor enorme reuzen komen te staan omdat zij op hun beurt ook weer ‘cutten’ voor een gevecht.

Het is niet simpel op te lossen, maar ik zou graag zien dat hier verandering in komt. De regulerende organisaties kunnen striktere regels opstellen voor het wegen, de UFC kan meer gewichtsklassen realiseren. Hoewel ik vind dat Lee niet klaagt, denk ik wel dat hij ook stappen kan ondernemen. Hij kan ervoor kiezen om zijn gewicht beter te managen zodat het proces niet zoveel tol van hem eist. Mocht dit geen optie zijn, kan hij overwegen om het op weltergewicht te proberen. Hij zal niet de eerste zijn die ontdekt dat hij succesvoller is in een gewichtsklasse hoger.

Thomas:
Elke vechter die aangeeft op op 165 pond te kunnen vechten, kan dat ook op 170. Ik snap niet waarom je dan op 155 pond moet vechten. Er zijn mensen die in twee jaar nog geen 9 kilo verliezen, omdat ze op een gezonde manier afvallen. In 24 uur kan dat niet. Daar is het menselijk lichaam niet voor gemaakt. Als je dan niet op 170 pond meekan qua kracht, moet je dat óf trainen, óf een andere onderscheidende kracht vinden. Het moet niet zo zijn dat je altijd maar een klasse lager moet vechten, dan je van nature zou doen, om maar zoveel mogelijk extra kracht een partij in te mee nemen. Dan sloopt de sport zichzelf.