Boontje komt om zijn loontje

0
1193
Foto: Josh Hedges/Zuffa LLC via Getty Images

Nadat de ongeslagen lichtgewichtkampioen Khabib Nurmagomedov whiskyverkoper Conor McGregor vier lange rondes als een tube tandpasta uit had geknepen, kwam alle gekte van de afgelopen jaren aan het oppervlak. Het was de complete chaos waarvan je eigenlijk al wist dat die ging komen.

Eigenlijk waren de hete ballen van Derrick Lewis al gek genoeg. Sowieso was het een grappig moment tijdens een evenement, UFC 229, dat verder vooral puur genot was voor de echte vechtfanaten. Met als hoogtepunt Tony Ferguson die het gezicht van Anthony Pettis aan flarden elleboogde.

De comeback van Ferguson was het perfecte voorgerecht voor Nurmagomedov tegen McGregor. El Cucuy had zijn aanspraak op de titel onmiskenbaar verstevigd en toen Nurmagomedov staand en op de grond McGregor letterlijk en figuurlijk vermaalde, leek het erop alsof ‘sport’ in het woord vechtsport eindelijk weer de boventoon zou voeren.

Want wat waren het een paar rare jaren, gevuld met steeds extremere vormen van trashtalk en een heel warenhuis vol aan interim-kampioensgordels in allerlei gewichtsklassen. Jaren waarin ongetrainde showworstelaars tot tweemaal toe de kans kregen om door UFC-vechters tot moes te worden geslagen en waarin USADA meer atleten knock-out sloeg dan Mike Tyson waarna de UFC ze vervolgens weer vrolijk toeliet – of zelfs een titelgevecht beloofde.

Het feit dat de best bekeken UFC-kampioen van het moment samen met zijn bende een bus vol UFC-vechters en personeel aanviel met hekwerk en een steekwagen maakte zelfs niets uit. Sterker nog, het werd gebruikt ter promotie van diens gevecht.

Alles leek te kunnen in de UFC. Het miljardenbedrijf deed ‘whatever the fook’ het wilde. Tot het moment dat Nurmagomedov na zijn prachtige match de kooi uitsprong en er overal spontaan vechtpartijen uitbraken. Opeens kwam alles als een boemerang terug. Elke aai over het bolletje van McGregor en elke afgenomen (interim)kampioenstitel kwam aan als de vuistslagen van Zubaira Tukhugov: uit het niets.

De UFC maakte kennis met karma. Alle acties en keuzes van de afgelopen jaren ontploften na afloop van het grootste gevecht in de geschiedenis van het MMA in het gezicht van de organisatie. Waar het eerst ging om het respectabel maken van een prachtige sport, waren de laatste tijd alleen kijkcijfers en poen de grootste motivatie. Ongeacht respect voor prestaties. De ranglijsten deden er niet toe.

Tijdens het best bekeken evenement ooit stond de UFC, net als The Black Beast Lewis, in zijn onderbroek. Na afloop schonk de wereldwijde media vooral aandacht aan alle ongeregeldheden en verwees daarbij naar eerdere incidenten die na wat schijnheilig gegrom en gemor van Dana White waren afgedaan met een knipoog en een glimlach van diezelfde White.

Lange tijd ging dat goed. Maar tijdens UFC 229 kwam het boontje eindelijk om zijn loontje.