Alles voor de kijkcijfers, maar willen wij dat wel?

0
765
Foto: Josh Hedges/Zuffa LLC via Getty Images

Daniel Cormier, de vriendelijke, mollige papa met een eeuwige glimlach, mag zichzelf na zijn winst op Stipe Miocic de “Baddest Man on the Planet” noemen. Een ongelooflijk knappe prestatie ware het niet dat deze vervolgens werd overschaduwd door een belachelijk stukje toneel. En waarom eigenlijk?

Want nog voordat het goed en wel tot de fans doordrong dat de kleine Cormier net de meest succesvolle zwaargewichtkampioen ooit in de eerste ronde knock-out had geslagen, denderde Brock Lesnar de Octagon binnen.

Bulkend van de USADA-vrije spieren schold hij Miocic verrot en daagde Cormier uit voor een titelgevecht. Wat vooral bijbleef, is hoe hij Cormier met zijn glanzende kampioensgordel een duw gaf die hem meters naar achteren gooide.

Was dit serieus? Had Dana White dit echt zo gepland? Deze clowneske voorstelling waarbij naast een camera ook gelijk elk greintje zelfrespect en opgebouwd krediet van de UFC aan gruzelementen werd geslagen?

De nieuw gekroonde “Champ-Champ” vond het prachtig. Een gevecht tegen Lesnar levert hem bergen met poen op, zei Cormier later. Want dat is de reden, natuurlijk. Net zoals een prostituee haar lichaam en zelfrespect verkoopt aan de hoogste bieder, besmeurt de UFC zich met ongetrainde acteurs, dopingzondaars, racisten en criminelen als de juiste prijs wordt geboden. Allemaal omdat wij – de fans – ervan smullen en een paar tientjes voor een pay-per-view neertellen.

Ook al heeft Lesnar sinds 2010 geen gevecht meer (eerlijk) gewonnen, toch mag hij zich gelijk melden als eerste uitdager van Cormier. Want net als Cormier redeneren ook Dana White en de UFC dat de blonde worstelaar de fans zal binnenhalen die het verloor toen eerst Ronda Rousey en later Conor McGregor besloten dat er buiten de kooi meer te verdienen valt.

Toch is het nog maar de vraag of dit zo zal uitpakken. Lesnar is ongetwijfeld een kassucces. UFC-evenementen met zijn naam erop verkochten altijd meer dan een half miljoen pay-per-views. Van zijn eerste partij tegen Frank Mir (600.000) en zijn eerste titelgevecht tegen Randy Couture (1 miljoen) tot zijn hoogtepunt tijdens UFC 100 (1,3 miljoen).

Maar zijn ster daalde vervolgens in rap tempo. Eerst sloeg Shane Carwin hem een hele ronde de kooi door (1,1 miljoen), waarna Cain Velasquez hem in een daaropvolgende partij op soortgelijke wijze de titel afnam (iets meer dan 1 miljoen).

Na wat medische problemen maakte Lesnar in 2011 eindelijk weer zijn opwachting in de Octagon. Dit keer tegen onze eigen Alistair Overeem. Ook Overeem maakte snel korte metten met de reus die niet goed omgaat met klappen in het gezicht.

Wat opvalt, is dat met de sportieve neergang ook de pay-per-view cijfers dalen. Lesnars partij tegen Overeem trok nog ‘maar’ 750.000 kopers. Dat Lesnars laatste partij tegen Mark Hunt wel weer boven het miljoen uitkwam, is volgens mij ook vooral te danken aan de andere partijen op dat – UFC 200 – speciale evenement bomvol grote sterren.

Lesnar werd en is in de Verenigde Staten een superster in het (in scene gezette) showworstelen. In de VS is dit erg groot, maar daarbuiten veel minder. Daarnaast is het MMA zowel in de VS als wereldwijd aan een flinke opmars bezig dankzij de UFC die het beruchte kooivechten opschoonde en er een legitieme sport van maakte.

Dat die stijgende lijn de laatste jaren een beetje minder hard omhooggaat, baart de organisatie zorgen. Na jaren waarin het vooral hamerde op de sportieve prestaties en het respectabel maken van de sport, grijpt het nu in paniek terug naar trucjes die de sport en vooral de UFC onwaardig zijn.

Het is ook maar de vraag of het – vooral op de lange termijn – lucratief gaat uitpakken voor de organisatie. De trouwe fans kennen de trucjes inmiddels. Belangrijker nog, ze zijn ze zat aan het worden.